Uncategorized

Beste rechterbeen

Frederik Van Laere

November 2009

Beste rechterbeen,

 

Fervente lange-afstandslopers hebben het wel eens over de merkwaardige mentale rush die hun zelf gekozen lijdensweg teweegbrengt. Over hoe hun hang naar meesterschap van de wil over ledematen hun geest uiteindelijk bevrijdt en een luciditeit veroorzaakt die in het gewone leven bedekt blijft. Abdelkader Benali kan vreselijk hard lopen en verschrikkelijk mooi schrijven. Voor beiden is talent nodig, schrijft hij; ‘Talent als een vorm van eenzaamheid. In dat opzicht lijkt hardlopen op schrijven.’

 

In een gesprek met beeldhouwer Willy Calis viel me op hoe hij zijn zoektocht als plastisch kunstenaar spiegelt aan zijn passie voor lange-afstandslopen.  In het boek Marathonloper van Benali reis je als lezer mee in het hoofd van de schrijver-loper. Hij getuigt over de strijd tussen geest en sputterende ledematen, naarmate de kilometers vorderen en de eenzaamheid begint te vreten. In een op het eerste zicht hilarische passage begint hij halverwege een marathon zijn protesterende rechterbeen afzonderlijk aan te spreken als een kind dat moet gesust worden: “Beste rechterbeen, hoe lang ben je nog van plan te blijven zeuren?…” Het flitst ons terug naar het vernauwde, maar daardoor juist verscherpte bewustzijn van een beeldhouwer die zich concentreert op de kuitpezen van een beeld in wording. De werkwijze van een plastisch kunstenaar, die van buiten af één wordt met wat hij schept, en de ingesteldheid van een loper die van binnen uit mentaal zijn lichaam beheerst, moeten existentieel ergens familie zijn van elkaar, daar geraakten we het met Willy over eens. Dat Michelangelo tegen zijn Mozesbeeld begon te praten naarmate het onder zijn handen tot leven kwam, is in dat licht lang niet zo gek als het lijkt.

 

Het plastisch onderzoek van Willy Calis heeft in zijn honger naar métier in de loop der jaren dikwijls bokkensprongen gemaakt van een traditionele benadering van de menselijke figuur naar fundamentele, quasi abstracte paden en weer terug. De weergave van het lichaam bleef daarbij een constante, die door die herhaalde experimentele zijwegen werd bevrucht en bevraagd. Uit zijn laatste werken blijkt hoe de ingrediënten stilaan aaneenklitten tot de kiem van een synthese. De traditionele, uitdrukkelijk aanwezige beelden in faux-bronze, het één al expressiever dan het andere, hebben plaats gemaakt voor een reeks menselijke figuren, die eerder aarzelend hun verhouding met de wereld zoeken. In al hun volplastisch isolement lijken ze toch eerder fragmenten van een zelfde persoon. Hoewel dikwijls in groep gepresenteerd, communiceren ze onderling niet, behouden ze een anonimiteit en schijnen ze voorzichtig pogingen te doen om zich uit een onbestemde greep los te wrikken. Willy slaagde er sinds deze reeks in om het alfabet en het verhaal op elkaar af te stemmen: het blote, niet langer gepatineerde polyester is dan wel kunststof, maar het wordt plots merkwaardig vlezig en draagt bij tot de broosheid van de verschijningen. Hun bevroren bewegingen houden het midden tussen schuchterheid, angst en nood aan beschutting. Knoken en pezen dienen niet langer als structuur voor een zelfzekere stand, maar lijken een intiem bezit, dat slechts door een vlies van de buitenwereld en de elementen wordt behoed. Zoals pas uitgevlogen nestkuikens lijken ze niet helemaal klaar of ten volle uitgerust voor de exploratie van hun omgeving.

 

Iedere beeldhouwer die het menselijk lichaam als rode draad hanteert, heeft af te rekenen met de loden erfenis van de klassieken. Vrijwel elke houding heeft een equivalent in het Griekse of Romeinse beeldencanon. De wijze waarop deze beelden op zichzelf terugplooien en zich vooral verhouden tot de grond, maakt het moeilijk om hen zo’n voorouder toe te wijzen. Of toch…Toen het antieke Pompei werd bedolven onder een gloeiende laag lava en as, geraakten de zwakste burgers niet meer uit hun schuilplaats. Een bulderende laag bedekte hen en bewaarde hun verstomde stem. De lichamen verteerden en lieten holtes achter. Het volstond om die als een moule te vullen met gips om hun laatste ogenblikken na eeuwen als een emotioneel geladen fossiel te evoceren. Geen kunstwerken dus, wel live-beelden met terugwerkende kracht. Onze 21e-eeuwse blik, al te sterk vertrouwd met een rauwe reportage-kijk op de werkelijkheid, ontvangt ze heel sterk als een verre echo van hun tijd. Het is frappant hoe een trage, louter artistieke zoektocht qua zeggingskracht zo nabij die sfeer komt. Dat een lange-afstandsloper, overtuigd van de zegen van training en beheersing van het lichaam, na lang zoeken net dit soort kwetsbaarheid koestert, verbaast. Of misschien ook weer niet…De kennis uit eerste hand van uitputting en fysieke grenzen scherpt de gevoeligheid voor dit soort beelden ongetwijfeld aan. Of het isolement van de loper, het “Talent als een vorm van eenzaamheid” waar de schrijver Abdelkader Benali het over had…

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Fields marked with * are required